De baan kent vijf gedefinieerde gebieden; het algemene gebied en vier bijzondere gebieden. Deze vier gebieden beschrijven we hier.
* De afslagplaats
De voorkant van de afslagplaats wordt bepaald door een lijn tussen de voorkant van de teemarkers. De afslagplaats is 2 stoklengtes diep. De bal moet gespeeld worden van binnen de afslagplaats. Je mag zelf wel buiten de afslagplaats staan. Als je de bal per ongeluk van de tee afstoot voordat je afslaat telt dat niet als een slag. Als om een of andere reden je bal na de afslag toch terug komt op dezelfde afslagplaats, mag je de bal opnieuw opteeën.
* De bunker
De bal ligt in de bunker als deze stilligt binnen de grens van de bunker. Echter als je binnen de grens van de bunker op aarde, gras of ander vastzittende natuurlijke voorwerpen ligt, zonder het zand te raken ligt de bal niet in de bunker.
De grens van een bunker is loodrecht naar beneden; ligt je bal dus in bunkerwand van een potbunker, ligt de bal dus niet in de bunker.
Vaak/soms is de grens tussen een bunker en het algemene gebied niet duidelijk aangegeven. Ligt de bal gedeeltelijk in de bunker en gedeeltelijk in het algemene gebied, dan moet je bal spelen alsof die in de bunker ligt (Regel2.2c)
* De green
De bal ligt op de green, wanneer enig deel van de bal de green raakt of binnen de green ligt; ook op een los natuurlijk voorwerp of een obstakel. Ligt de bal deels op de green en in het algemene gebied, dan wordt bel bal behandeld alsof deze op de green ligt.
* De hindernis
De bal ligt in een hindernis, wanneer enig deel van de bal op de grond of iets anders ligt binnen of boven de grens van de hindernis (bijv. in een boom).
De grens wordt bepaald door de buitenkant van de palen of de lijn waarmee de grens wordt aangegeven. De palen en de lijnen liggen dus binnen de hindernis.
- Bal op de grens van 2 bijzondere gebieden:
Ligt de bal op de grens van twee bijzonder gebieden, dan moet hij worden behandeld, liggend in het gebied inde volgende volgorde: hindernis, bunker, green (regel2.2c).
De HaReCo